Faalangst

Op verzoek een blog over faalangst. Een onderwerp waar ik op het persoonlijk vlak bekend mee ben omdat ik in mijn pubertijd hier behoorlijk last van heb gehad. Daarom kan ik ook uit ervaring spreken, het kan écht verminderen en zelfs (voor een groot deel) verdwijnen. Iets wat voor een faalangstig kind, die midden in zijn / haar angst zit, vaak moeilijk te geloven is. In dit blog ga ik beschrijven wat faalangst nu eigenlijk is, mogelijke oorzaken en enkele tips wat je er als ouder(s) zelf aan zou kunnen doen. Als kindercoach schrijf ik over faalangst bij kinderen maar deze angst is niet leeftijd gebonden en kan ook bij volwassenen voorkomen.

Wat is faalangst nu eigenlijk?

Kort door de bocht vertelt de naam het zelf al, angst om te falen. Maar wat wordt dan bedoelt met angst om te falen? Het kind is bang om niet aan een verwachting te kunnen voldoen. Dit kan iets zijn wat andere mensen van het kind verwachten (sociale faalangst) maar ook vanuit het kind zelf (ik wil / moet dit kunnen want…).                                                        faalangst-pianoZo kort als de omschrijving van het begrip is, zoveel verschillende situaties zijn er waarvoor een kind faalangstig kan zijn. Examenvrees / zenuwachtig zijn voor toetsen, spreekangst, sociale angst (niet goed genoeg zijn voor vriendjes / vriendinnetjes, niet aan verwachtingen van ouders voldoen) angst om niet goed te presteren bij de sportclub of muziekles enzovoort.                                                                                 Dan wordt er vaak ook nog gesproken over positieve faalangst en negatieve faalangst. Vaak wordt gezegd dat een beetje zenuwachtig zijn voor bijvoorbeeld een toets “gezond” is en zelfs de prestatie op de toets kan verbeteren, positieve faalangst. Er is echter sprake van negatieve faalangst zodra het extreme zenuwen worden waardoor het kind dichtklapt en enorm beperkt / verlamd wordt in zijn / haar kunnen (een ‘black-out krijgen’). “Er komt niet uit wat erin zit”. Met andere woorden er is sprake van onderprestatie en het kind is zichzelf niet (dit betekent niet dat wanneer er sprake is van onderprestatie er automatisch ook sprake is van faalangst, de oorzaak van onderprestatie kan bijvoorbeeld ook liggen bij hoogbegaafdheid maar dit even terzijde). Als er sprake is van (negatieve) faalangst is de kans dát het kind faalt, wrang genoeg een stuk groter.

Oorzaken

Zodra er gesproken wordt over faalangst bij kinderen wordt er al snel naar de ouders gekeken. Leggen zij  (onbewust) te veel druk bij het kind? Hebben zij verwachtingen van het kind waar het heel graag aan wil voldoen maar wat wellicht niet of niet gemakkelijk lukt? Het is als ouders dus heel goed om bij jezelf na te gaan hoe je met het kind omgaat. faalangst-wikiWellicht is een goedbedoelde opmerking bij een aanstaande toets (Heb je goed geleerd? of Dat kun jij wel!) voor een kind al genoeg om dit als een onuitgesproken verwachting en daarbij horende druk te ervaren. Uiteraard betekent dit niet dat dit voor alle kinderen geldt of dat deze opmerkingen ‘fout’ zouden zijn. Het is alleen goed om je er bewust van te zijn wat voor uitwerking dit op je kind zou kunnen hebben. Het is daarom ook belangrijk om met je kind in gesprek te blijven. Geef aan vertrouwen in het kunnen van je kind te hebben maar laat ook weten dat fouten maken niet erg is. Af en toe een onvoldoende hoort er óók bij. Als ouder is het ook een onderdeel van de opvoeding om je kind te leren hiermee om te gaan.                     Zoals ik eerder ook al schreef kan de oorzaak ook bij het kind zelf liggen. Het kind stelt om een bepaalde reden hoge eisen aan zichzelf en raakt hierdoor vervolgens erg gespannen en angstig om deze verwachting / doelen niet te halen. Met weer als gevolg dat ze door de zenuwen zichzelf blokkeren in hun gedrag, hierdoor falen en teleurgesteld raken in zichzelf. Als dit te vaak gebeurt raken kinderen gefrustreerd en gedemotiveerd (ik kan het toch niet) waardoor ze compleet de andere kant op kunnen slaan en niks meer doen (ik kan het toch niet, ik ben een mislukkeling). Dit hoeft echter niet, er zijn ook weer kinderen die juist extreem de andere zijde opzoeken, ‘door gaan tot ze erbij neer vallen’ wat uiteraard ook niet de juiste weg is. De gulden middenweg is vaak de oplossing en eventueel moeten de verwachtingen bijgesteld worden (niet iedereen hoeft minister-president te worden 😉 ).

Een paar tips

  • Bedenk als ouder(s) goed wat en hoe je iets zegt én hoe het kind dit uit zou kunnen leggen (jouw goedbedoelde opmerking kan helemaal anders geïnterpreteerd worden, zeker als het kind zich al erg onzeker voelt).
  • Houd alles bespreekbaar en geef duidelijk aan dat het kind altijd bij je terecht kan met zijn / haar zorgen en neem deze serieus (ook al is een angst onterecht, hij is er wel) en creëer hiermee een veilige situatie van onderlinge vertrouwen.
  • Voor het kind, zie het maken van fouten niet als falen maar als belangrijk signaal dat je aan dat onderwerp nog wat meer tijd moet besteden om er nóg beter in te worden.
  • Bereid je goed voor (met goede voorbereiding heb je 80% van het werk al gedaan) maar overdrijf het niet. Heeft het kind de neiging om ‘nooit klaar’ te zijn met de voorbereiding stel dan een tijdslimiet naar redelijkheid in.
  • Probeer, zodra je voelt dat je een zogenaamde black-out krijgt (verlamd door de spanning) aan iets geheel anders te denken. Bij voorkeur aan iets grappigs. Humor ontspant.
  • Wacht, indien nodig, niet te lang met inroepen van externe hulp. Faalangst is iets wat veel voorkomt en zowel ouders als kind hoeven zich er absoluut niet voor te schamen. Als ouder kun je het kind zelf al veel ondersteunen en helpen maar als je vastloopt kan een extern iemand wellicht net even dat extra ‘duwtje in de rug’ bieden.

Faalangsttraining in combinatie met (therapie)hond Texel

IMG_0791Als JuffieAnders bied ik ook faalangst trainingen aan met mijn (therapie)hond Texel. Het trainen met een therapiehond heeft, naast mijn coaching, een grote meerwaarde. Het kind heeft al dan niet de verwachting dat Texel tijdens de trainingen zal doen wat hij / zij zegt. Texel zal de gevoelens van het kind spiegelen. Als een kind niet in zichzelf gelooft (zelfvertrouwen), zal Texel ook niet doen wat er van hem verwacht wordt. Dan coach ik het kind wat het moet doen, zodat Texel wél het gevraagde gaat doen. Hierdoor zal het zelfvertrouwen groeien. We bespreken dan waardoor er een verandering optrad in het trainen (waarom deed Texel nu wel wat je vroeg?) en dit koppel ik vervolgens weer terug aan het specifieke deel van de faalangst waarom het kind gecoacht wilde worden. Verloopt de training van Texel vanaf het begin aan goed, dan koppelen we het gelijk aan de faalangst situatie. Waarom lukt de training van Texel wel? Wat doe je nu anders dan (vul de angst situatie in)… ? Het trainen met Texel zorgt voor een ‘veilige vertrouwde oefensituatie’ omdat hij het kind niet be- of veroordeelt maar graag samen wil werken. In eerste instantie zal het kind het trainen met Texel niet associëren met ‘een faalangst training’ maar als ‘iets leuks doen’ wat gelijk al het begin van ‘het duwtje in de goede richting’ zal zijn!

In het volgende blog linken we door naar het onderwerp prestatiedrang.

Dit bericht is geplaatst in Angst, Stress / spanning met de tags , , , , , , , , , , , . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *